Luchtvaartreglementering

Cursus luchtvaartreglementering
Structuur in de luchtvaartadministratie &
Overzicht van de bestaande organismen

INTERNATIONAAL NATIONAAL
I.C.A.O.
(INTERNATIONAL CIVIL AVIATION ORGANISATION)
Ministerie van verkeer en infrastructuur
  • Directoraat Generaal der Luchtvaart
  • Regie der Luchtwegen
Bepaalt de internationale reglementeringen. Bepalen de nationale reglementeringen.
  • Directoraat Generaal der Luchtvaart:
    • bepaalt de luchtvaartreglementering (code de l'air)
    • zorgt voor de vergunningen
  • Regie der luchtwegen:
    • departement exploitatie van luchthavens (BIAC)
    • departement veiligheid:
      • AIS: AERONAUTICAL INFORMATION SERVICES
        • AIP
        • NOTAM
        • AIC
      • Meteo Service

 

AIP: Praktische uitwerking van het luchtvaartwetboek
(Aeronautical Information Publication)
  • GEN
generalities
  • AGA
airport-air route / groundaids
  • COM
communications
  • MET
meteorology
inkijkbaar op elk vliegveld
  • RAC
rules of the air and traffic services
  • FAC
facilitations
  • SAR
search and rescue
  • MAP
kaarten en radionavigatie
 
Opm: Andere niet officiële informatie kan je bekomen van privé-publicaties, vb. Jeppesen kaarten, BOTTLANG AIRFIELD MANUEL.
 
 
NOTAM:
(NOtice To AirMen)
Publicatie per post-fax-telex indien zich veranderingen voordoen (48 dagen voor de verandering) die gekend moeten zijn door piloten en traffic aera personeel. Per elektronische mail (NOTAM SYSTEM) indien eerder dan 48 dagen.
 
 
AIC:
(Aeronautical Information Circular)
Info over de veiligheid in het luchtruim.

 
AIR TRAFFIC SERVICE (ATS)
Zijn organismen die zorgen voor de veiligheid, de orde en snel verloop van air-traffic, waaronder:

  • ATC:
    (Air Traffic Control)
leggen aan de vliegtuigen onderling een afstand op, zowel verticaal als horizontaal
      Area Control Service: alle vluchten binnen de zone gecontroleerd door het ACC
      Appraoch Control Service: voor landen en opstijgen gecontroleerd door het APP
      Aerodrome Control Service: circulatie rond AIRPORT = circuit gecontroleerd door de TWR
            ACC:
            (Area Control Center)
controleren de AIRWAYS (AWY)
            APP:
            (Airport Approach)
controleren de TERMINAL AREA (TMA)
            TWR:
            (Tower)
controleren de CONTROL REGION (CTR)
  • FIS:
    (Flight Information Service)
Meteo, radionavigatie, luchthavens gecontroleerd door het FIC
      In België, Brussels Info: 126,9 MHz
  • Alerting Service:
Rescue coordination center & SAR
 
Het leger heeft een identiek apparaat
  • FIS Militaire (Belga information)
  • ATC Militaire (Belga radar), gecontroleerd door de TCC van Semmerzake
Info: 129,325 MHz
           &nbspDe burgerluchtvaart mag hier ook gebruik van maken.
Opm: Op kleine vliegvelden bestaat de ARO (Air Traffic Services Reporting Office)
De lokale commandant voert hier de controle uit.

 
Indeling van het luchtruim
Het luchtverkeer is ingedeeld in:

  • IFR-verkeer: Instrumental Flight Rules: Verkeer dat louter op instrumenten kan vliegen.
  • VFR-verkeer: Visual Flight Rules: Verkeer dat zicht nodig heeft om zich veilig door de lucht te verplaatsen.

Het luchtruim is ingedeeld in:

  • Gecontroleerde ruimten: zowel IFR als VFR, de positie controle is permanent.
  • Niet-gecontroleerde ruimten:alleen INFO en noodoproep service.

In belgië:

  • FIR-Brussels (FLIGHT INFORMATION REGION)
    • gaande van grond tot FL 195
    • service wordt verleend door FIC voor de burgers
    • TCC voor de militairen
    • ATC in gecontroleerd gebied
  • UIR-Brussels (UPPER INFORMATION REGION)
    • alles wat zich boven FIR bevind
    • service wordt verleend door Eurocontrol Maastricht
    • enkel toegelaten voor IFR-vluchten, vermits boven FL 190

 
Onderverdeling van het luchtruim
A. In klassen

Gecontroleerd luchtruim
  Klasse A/B
Nooit VFR in Klasse A
Klasse C Klasse D Klasse E
bestaat niet in België.
Typische zones UIR (A) TMA/AWY (B) CTR mil CTR vb: stuk TMA Lux boven Duitsland
  IFR VFR IFR VFR IFR VFR IFR VFR
Separatie Alle Alle IFR/IFR IFR/VFR VFR/IFR IFR/IFR - IFR/IFR -
Service ATC ATC ATC ATC voor separatie ATC en Traffic info VFR vluchten Traffic info IFR/VFR ATC en Traffic info VFR vluchten Traffic info IFR/VFR
VMC minima NVT Zie "Algemene VFR Regels",
Grote VMC
NVT Zie "Algemene VFR Regels",
Grote VMC
NVT Zie "Algemene VFR Regels",
Grote VMC
NVT Zie "Algemene VFR Regels",
Grote VMC
Snelheids-
beperking
NVT NVT NVT 250 knopen 250 knopen 250 knopen 250 knopen 250 knopen
Radio verplicht JA JA JA JA JA JA JA NEE
ATC toelating verplicht JA JA JA JA JA JA JA NEE
Transponder verplicht JA JA JA JA enkel in militaire zone enkel in militaire zone NEE NEE

 

Niet-gecontroleerd luchtruim
  Klasse F
bestaat niet in België.
Klasse G
  IFR VFR IFR VFR
Separatie IFR/VFR indien mogelijk - - -
Service FIS FIS FIS FIS
VMC minima NVT Zie "Algemene VFR Regels" NVT Zie "Algemene VFR Regels"
Snelheids-
beperking
250 knopen 250 knopen 250 knopen 250 knopen
Radio verplicht JA NEE JA NEE
ATC toelating verplicht NEE NEE NEE NEE
Transponder verplicht NEE NEE NEE NEE

 
FL 195 - FL 660 is sowieso klasse A.
Alle luchtruimten in de FIR-Brussels (onder FL 195), niet behorend tot A-B-C-D zijn automatisch klasse G.
Dus: A-B-C-D worden G buiten de uren van controle en activiteit.
Samengevat:
gecontroleerd luchtruim: klassen A-B-C-D-(E voor IFR) waar de controles gebeuren door:

  • CTA controleren de
    • AWY = regio i/d vorm van een tunnel
    • TMA = regio meestal i/d buurt van een kruispunt voor verschillende AWY en in de buurt van één of meerdere luchthavens.
  • CTR controleren
    • een zone (meestal boven een AIRPORT).

niet-gecontroleerd luchtruim: enkel info en noodoproepen als service, klassen (E voor VFR)-F-G.
 
B. Onderverdeling van het gecontroleerde luchtruim

CTR (Control Terminal Region):
  • zone gaande van het grondoppervlak tot een bepaalde hoogte.
  • De Service & Controle gebeurt door de TWR van de luchthaven.
  • Deze zijn actief tijdens de openingsuren van de luchthaven.
CTA (Control Terminal Area):
  • CTA zelf: controle v/d regio zelf. ACC doet de controle.
  • TMA (Terminal Area)
  • AWY (Airway)
  • Onderkant valt samen met de bovenkant van de CTR
  • Bovenkant valt samen met de opperregio v/d FIR (19500 ft),
    ofwel met de onderkant van de AWY

in België: boven de 4500 ft MSL steeds CTA.
Uitzondering: In de weekends en feestdagen wordt in bepaalde omstandigheden de maximale hoogte opgetrokken in bepaalde zones ten behoeve van de zwevers.
 

 
Service & Controle worden verleend door APP in de TMA.
Service & Controle worden verleend door ACC in de CTA.
 
C. Onderverdeling van het niet-gecontroleerde luchtruim
In de FIR-Brussels zijn dit alle gebieden buiten de CTR-TMA en CTA tussen de grond en 4500 ft MSL voor VFR vluchten.
Uitzondering: In de weekends en feestdagen wordt in bepaalde omstandigheden de maximale hoogte opgetrokken in bepaalde zones ten behoeve van de zwevers.
Er wordt wel service gegeven door FIC voor info en noodoproep.
Buiten deze zijn er nog diverse speciale zones:

  • P =
Prohibited in België: EBP
  • D =
Dangerous in België: EBD
  • R =
Restricted in België: EBR
  • TRA =
Temporary Restricted Area in België: TRA met nummer

*Sommige van deze zones zijn niet toegankelijk voor ULM's, maar gezien parapente, delta en swift luchtvaarttechnisch nog onder dezelfde noemer van de zwevers valt, gelden dezelfde regels als deze die de zweefvliegfederatie opgelegd krijgt.
Dit alles is terug te vinden in de AIP (RAC-5)
P: Verboden zonder toestemming of instructie van de ATC

  • P1 en P2 = permanent verboden: Brussels stad/Laken
  • P3 - P5 = enkel op sommige dagen:
    vb: Schaffen in de weekends en feestdagen is wel toegestaan.
Militaire luchthavens zijn verboden in een straal van 2NM en onder 2500 ft MSL, behalve mits toelating van het ministerie van landsverdediging.
Voor de militaire luchthavens van Florennes en Kleine Brogel geldt daarbij nog een extra exclusion zone met een straal van 5 km.

D: Mogen betreden worden maar met een zeer grote attentie (info bij AIP-NOTAM-FIC).
R: Meestal oefenterrein van het leger. Betreden kan na toestemming van de ATC onder dewelke deze zich bevindt (Info bij AIP-RAC)
vb: Florennes
TRA:

  • Zones waar militaire oefeningen plaatsvinden (AIP-NOTAM) gedurende een wel bepaalde tijd. Betreden mag na toestemming.
    vb: LFA (Low Flying Areas) oppassen: hier kan je laag vliegende tuigen ontmoeten.
  • De speciaal voor de zweefvliegfederatie opgetrokken zones zijn ook TRA-zones. Deze zones zijn ongecontroleerd gebied en toegankelijk voor zwevers tijdens de activatie. Deze zones zijn dan in zekere zin restricted voor IFR verkeer, zijnde dat zowel IFR als VFR verkeer in een klasse G luchtruim moet instaan voor eigen separatie met ander verkeer.
    vb: TRA G 1, TRA G 2,..., TRA G 5

 

Opmerking: Alle zones kunnen in principe actief of niet actief zijn. Als ze niet actief zijn worden ze vrij luchtruim. Wanneer een zone actief is of niet kan je lezen in de AIP en/of NOTAMS.

 

 
Algemene VFR regels
Voor parapente/delta/swift is enkel klasse E/F/G toegestaan. Gezien E en F in België niet voorkomen, betekent dit praktisch enkel klasse G.
Parapente, delta en swift vallen onder de reglementering van de zwevers dus VMC en VFR.

VMC (Visual Meteorological Conditions) VFR (Visual Flight Rules)
IMC (Instrument Meteorological Conditions) IFR (Instrument Flight Rules)

VMC condities zijn OK voor VFR en IFR vluchten.
IMC condities zijn alleen voor IFR vluchten.
In VMC is de piloot altijd verantwoordelijk voor mogelijke botsingen, zelfs al vliegt hij IFR. Dit zowel in gecontroleerd als in niet-gecontroleerd luchtruim.
Parapente-Delta-Swift
VMC dus VFR

  • te onderscheiden
    • grote VMC: boven 3000 ft AMSL of 1000 ft SFC (naargelang welke van de twee de hoogste is.)
      • horizontaal zicht minstens 8 km (boven FL 100) of 5 km (onder FL 100)
      • wolkenafstand
        • horizontaal 1500 m
        • verticaal 300 m boven of onder de wolk
    • kleine VMC: van SFC tot 3000 ft MSL of 1000 ft SFC (naargelang welke van de twee de hoogste is.)
      • horizontaal zicht minstens 5 km (uitzonderingen in AIP)
      • verticaal zicht tot SFC
      • uit de wolken
  • nooit 's nachts (zie nachtregeling)
  • maximum hoogte in VFR is FL 190 maar in België onmogelijk voor parapente/delta/swift vermits deze moeten vliegen in niet gecontroleerd gebied (G-zone).
  • minimum hoogten:
    • Congested areas (steden, agglomeraties, industriële complexen, groepen van personen)
      • 300 m boven het hoogste obstakel in een straal van 600 m rondom het obstakel.
        Deze hoogte moet meer zijn als er geen uitwijkmogelijkheden zijn. Dus dit hangt af van de wind en finesse.
    • Andere gebieden:
      • 150 m AGL en in een straal van 150 m van enig obstakel.
  • formatie vliegen is niet toegestaan.
  • er mag niets gedropt worden
  • slepen van reclame is verboden
  • het is verboden onvoorzichtig te vliegen. Acrobatie enkel boven de 2000 ft AGL maar niet boven agglomeraties, gecontroleerde zones, steden en groepen personen.

Dit alles geldt behalve indien een toelating werd verkregen van het Directoraat Generaal der Luchtvaart.
Nachtregeling in België:

    altijd van 30' na SS tot 30' vóór SR
    SS = SUNSET
    SR = SUNRISE

Voorrangsregels
In de luchtvaart geldt als eerste prioriteit het vermijden van een botsing, eerder dan het opeisen van het voorrangsrecht. De voorgeschreven voorrangsregels bestaan erin op een eenduidige manier te gedragen op een nakende botsing. Dit komt neer op het volgende:

  • Luchtvaartuigen dienen die afstand tot elkaar te houden zodat uitwijkmogelijkheid voor beide tuigen niet in gedrang komt.
  • Het minst wendbare toestel heeft 'voorrang' de meer beweegbare vliegtuigen.
    • Wendbaarheid:
      • in hoogte en richting (motortoestellen)
      • in richting (zweeftoestellen)
      • noch in richting of hoogte (ballons)
      • Reddingshelicopters hebben vanzelfsprekend steeds voorrang tijdens de uitvoering van hun taak!
    • Snelheidsverschil geeft geen voorrangsrecht.
      • Parapente = delta = swift = zwever, zowel duo- als solo
    • Legervliegtuigen hebben geen voorrang op burgervliegtuigen, ook niet als ze in formatie vliegen
  • Bij een nakende frontale botsing dienen beide toestellen naar rechts uit te wijken.
    • Het onderduiken van delta's kan een zeer gevaarlijke praktijk worden indien beide piloten dezelfde tactiek toepassen en alsnog op elkaar botsen.
  • Indien twee trajecten convergent zijn heeft het van rechts komende toestel 'voorrang' en behoudt zijn richting. Het linkse toestel wijkt uit naar rechts en vliegt achter het ander toestel door.
  • Een sneller vliegtuig haalt een trager toestel langs rechts in zonder het andere toestel zijn uitwijkmogelijkheid te ontnemen.

Uitzonderlijke reglementen onder zweeftoestellen (parapente/delta/swift/zwever):

  • In THERMIEK: Allen dezelfde draairichting aanhouden. Wees hoffelijk en houdt rekening met toestellen die niet altijd even kort kunnen draaien. Onderhoud een minimale afstand.
  • In SOARING: Toestellen die de bergflank aan hun rechterzijde hebben kunnen in principe langs daar niet uitwijken. Het frontaal afkomend toestel dient dan uit te wijken.
  • Bij LANDEN: Voorrang aan diegene die aan het landen is. In de praktijk de laagste.
  • Verticaal snelheidsverschil: Wanneer 2 toestellen boven elkaar vliegen en komen naar elkaar toe, omdat of het laagste toestel sneller stijgt of het hoogste toestel sneller daalt, heeft het laagste toestel prioriteit. Logisch, want de laagste piloot kan een deel van het luchtruim boven hem niet zien.
    Noot: Bij zwevers is dat net omgekeerd, zij hebben geen zicht onder hun cockpit.

 

 
Navigatie
Altimetrie

LEVEL verticale positie van een vliegtuig ten opzichte van een niet gespecificeerd oppervlak.
FLIGHT LEVEL (FL) oppervlakte-isobaren gebonden aan een luchtdruk referentie van 1013.2 mb en onderling gescheiden per 500 ft. De hoogtemeter is ingesteld op 1013.2 mb.
FL 125 = een flight level van 12.500 ft boven isobaar 1013.2 mb en uitgedrukt in x 100 ft.
ALTITUDE verticale afstand tussen een punt in de lucht en MSL.
ELEVATION verticale afstand tussen een punt op de grond en MSL.
AMSL Above Main Sea Level.
HEIGHT een verticale afstand tussen een punt en een ander referentiepunt.
vb: AGL = Above Ground Level

 
De hoogtemeter

werkt volgens het principe van de verandering in luchtdruk.
De luchtdruk op zeeniveau = 0 meter hoogte.
1 hPa = 1 mb = 30 ft = ±9 m
  • snelle berekening
    • 1500 ft ~ (1500 x 3)/10 = ± 450 m
  • FL 50
    • 5000 ft ~ (5000 x 3)/10 = ± 1500 m

Dit is t.o.v. de isobaar 1013.2 mb!

 

In punt A: 900 m AGL = height Punt B: ELEVATION = 450 m
omdat de druk afneemt
met 50 mb t.o.v. het zeeniveau
en dus:
50mb x 9m/mb = 450 m
  en 900 m AMSL = altitude
In punt B: 450 m AGL = height
  en 900 m AMSL = altitude
In punt C: 0 m AGL = crash
  en 900 m AMSL = altitude

Opmerking:
Het is duidelijk dat de luchtdrukken niet overal constant zijn. Dus over grotere afstanden al regelmatig de luchtdruk opgevraagd worden aan de ATC. Deze zullen de gemiddelde luchtdrukken doorgeven voor de te overvliegen zones.

  • vb: bij het vliegen naar een laag drukgebied (door een front dat voorbijkomt) en de hoogtemeter ingesteld op 1030 mb, zijnde de luchtdruk op zeeniveau bij de passage boven A.

 

De hoogtemeter geeft 900 m aan want ingesteld op 1030 mb.
AGL = 900 m
100mb x 9 m/mb = 900 m
de height in punt B = 0 meter = crash
Maar de hoogtemeter staat nog steeds op 900 m!!
Vermits ingesteld op 1030 mb

Flight Level (FL)
Is een hoogte tov isobaar 1013,2 mb

A & B: in beide gevallen vliegen we 1500 m AGL maar

  • FL A = 5000 ft
  • FL B = 2500 ft

Dus willen we blijven vliegen op FL 50 gaat de Height (AGL) vermeerderen met 2500 ft of komen op 7500 ft of 2250 m AGL.
 

Instelmogelijkheden van de hoogtemeter

QNH:
  • is de luchtdruk tov zeeniveau in standaardatmosfeer. Deze wordt gegeven door TWR
  • ingesteld op de hoogtemeter leest dit de ALTITUDE in de lucht of de ELEVATION aan de grond
QFE:
  • is de luchtdruk aan de grond.
  • ingesteld op de hoogtemeter leest dit de HEIGHT.
1013.2 mb
  • er wordt gevlogen tov de luchtdruk 1013,2 mb
  • ingesteld op de hoogtemeter leest dit de FLIGHT LEVEL.
  • in België verplicht boven de 4500 ft AMSL

opmerking:

  • Hoogtemeter ingesteld op 0: dit geeft de luchtdruk ter plaatse, op de grond is dit de QFE
    Hieruit kunnen we de QNH gaan bepalen als de ELEVATION gekend is.
    • vb: Beauvechain
      • ELEVATION: 110 m
      • QFE: 1000 mb
      • QNH: 1000 mb + 12 mb = 1012 mb
        (110m / 9m/mb= 12,.. mb)
  • Hoogtemeter ingesteld op QNH geeft de elevatie op de grond of de altitude eens in de lucht (AMSL).

Instelling van de hoogtemeter

  1. Tot 3000 ft AGL: de hoogtemeterinstelling is vrij te kiezen
  2. Boven 4500 ft AMSL: de hoogtemeterinstelling is t.o.v. 1013.2 mb met gebruik van FL
  3. Daartussen: Hoogtemeter ingesteld op Regionale QNH

Flightlevels in de luchtvaartreglementering
De maximale vlieghoogte wordt al eens voorgesteld als bij voorbeeld: FL 55 EXCL (excluded). De hoogste te vliegen FL is dan FL 50, gezien de scheiding van de flight levels zijn per 500 ft.
Naargelang de vliegrichting en naargelang IFR of VFR vluchten, worden vluchten gesorteerd op bepaalde flight levels:

  • FL is paar of onpaar.
      FL PAIR 60-80-100-120-...
      FL UNPAIR 50-70-90-110-...
  • De windroos wordt ook verdeeld in 2 delen, nl OOST en WEST.
      Alles wat vliegt naar oost krijgt een FL UNPAIR.
      Alles wat vliegt naar west krijgt een FL PAIR.
  • Alle IFR vluchten eindigen op een FL met 0
    Alle VFR vluchten eindigen op een FL met 5 (boven FL 100 ook met 0).
      FL 60 pair voor IFR en vliegt westwaarts
      FL 75 unpair voor VFR en vliegt oostwaarts
      FL 120 pair voor IFR + VFR en vliegt westwaarts

 

 

  • FL 0 vliegniveau samenvallend met isobaar 1013,2 mb.
  • onder 4500 ft MSL vliegt men QNH.
  • boven 4500 ft MSL vliegt men FL.

 

Boven 4500 ft QNH is in België alles gecontroleerd. Tenzij FIR-Brussels uitzondering maakt voor bepaalde zones en deze speciaal voor ons optrekt naar FL 55, FL 70 of FL 90.
Vanaf 4500 ft QNH moet dan ook worden overgeschakeld op de hoogtemeterinstelling volgens FL t.o.v. de 1013,2 mb isobaar.
Uurregeling in de luchtvaart
Algemeen gebruik: UTC (Universal Time Coordination) Dit komt overeen met de oude GMT (Greenwich Main Time).
In de AIP spreekt men steeds over de UTC.
In de NOTAM spreekt men steeds de lokale tijd.

    In de winter is het uur in België UTC + 1
    In de zomer is het uur in België UTC + 2

 
Regels bij vliegvelden
Circuit rond een vliegveld
Left hand of right hand (left is standard)
 

 

  • vooraleer het circuit te vliegen: is een overvlucht op 500 ft (voor vliegtuigen) boven het circuit verplicht.
  • letten op de signalisatie op het seinveld.
  • voor parapente/delta: Het geldende circuit nooit kruisen. We overvliegen het seinveld op minimum 200 m en volgen het geldend circuit langs de binnenzijde. We landen indien mogelijk ook niet op de start/landingsbaan, maar net langs de kant.

Signalen

  • Noodseinen: Er dreigt voor een luchtvaartuig een ernstig gevaar en hulpverlening wordt verzocht.
    • Rode vuurpijl (verschillende achter elkaar of 1 met een parachute)
  • Waarschuwingsseinen: Indicatie om u te verwijderen van deze zone, u nadert een R-, P- of D-zone.
    • Vuurpijl afgeschoten om de 10", die bij het ontploffen rode en groene lichten of sterren voortbrengen.
  • Lichtseinen voor luchthavenverkeersleiding: In de volgende tabel wordt er van uitgegaan dat u zich in de lucht bevindt, dit is zowat het enige relevante voor parapente/delta/swift.
  Continu licht Vuurpijl Lichtflitsen
Groen Landen toegestaan. Landen toegestaan. Keer terug om te landen. (wacht bij terugkeer op toestemming door continu groen)
Rood Wijk uit voor andere luchtvaartuigen en blijf in de lucht. Ondanks eventuele eerdere aanwijzingen, land voorlopig niet. Luchtvaartterrein onveilig, niet landen.
Wit   Verplicht te landen.  
Oranje     Paradrop.
  • Zichtbare signalen op de grond (in de seinbak)
rode ondergrond
2 oranje diagonalen
Verboden te landen.
wit Enkel circuleren op TWY en RWY.
(Taxiway en Runway).
witte of gele kruisen Zones niet gebruiken.
Indien in het begin van de piste wil dit zeggen: gesloten
wit of oranje Landen en opstijgen in de richting van de dwarse balk
witte of oranje schijf op de dwarsbalk Er wordt niet altijd dezelfde richting gebruikt bij landen of opstijgen.
zwarte bol hangend aan een mast Richting van opstijgen moet gevraagd worden aan TWR.
witte of gekleurde pijl Right hand circuit.
Geen pijl beduidt links circuit.

2 witte kruisen of
2 zwarte bollen aan een mast
Zwevers in de lucht.
2 gele kruisen Plaats waar de kabel van de zwevers moet vallen.
wit Paradrop.
2 cijfers vlak bij de tower N° van de piste in gebruik,
gericht volgens het magnetisch noorden en uitgedrukt en afgerond op tientallen graden.
rode ondergrond
oranje diagonaal
Speciale piste, moeilijk te landen.
Uw voorzorgen nemen tijdens landen of opstijgen.

Versie 30/12/2003 - Avia-Airsports